|

Studieochtend Passend Onderwijs 10 oktober 2008 De vragen n.a.v. de vier gevalbeschrijvingen (Ari, Fleur, John en Tim) zijn als volgt te rubriceren:
1 Grenzen aan zorg in regulier onderwijs
Moet het regulier onderwijs antwoord kunnen geven op uiteenlopende specifieke hulpvragen? Het regulier onderwijs moet zonder meer de intentie hebben dit antwoord te kunnen geven. Als de school daarbij problemen ondervindt, is niet het eerste antwoord “we kunnen het niet”, maar help ons bij het overwinnen van deze problemen.
Waar liggen de grenzen van wat een school aankan. Wat moet er gebeuren als een reguliere school het niet meer redt? In ieder geval moet men zich niet overvallen weten door de problemen, de signaleringsfunctie moet op orde zijn. En daarnaast beschrijvingen van gewenst gedrag in termen van haalbare doelstellingen. Kennis van handelingplanning moet in elke school aanwezig zijn. Waar dan de grens ligt van wat een school aankan, blijft moeilijk te zeggen. Alle gevallen staan op zichzelf. Uiteraard is er een kaderstelling, maar individuele aandacht is minstens zo belangrijk. Hoe moet een reguliere school omgaan met leerlingen die eerder in het (voortgezet)speciaal onderwijs verbleven ? Er ontstaat een nieuwe groep zorgleerlingen, die hoge eisen stelt. Dit kan ook gezien worden als een kans. Voorwaarde is dat de handelingsvaardigheden van het onderwijzend personeel vergroot worden en / of de faciltering beter wordt. Er kunnen geldstromen gebundeld worden, waardoor formatieve verruiming mogelijk wordt.
Van speciaal naar regulier Bij de plaatsing van deze leerlingen moet al bekeken worden, dat ze met specifieke vragen ooit ook in groep 7 / groep 8 komen en dat ze naar het VO moeten. Gedurende de plaatsing moet dit perspectief steeds in de gaten worden gehouden. En als het perspectief gaat ontbreken, moet steeds overwogen worden of uiteindelijk plaatsing in het speciaal onderwijs te verkiezen valt. Alle argumenten dan meenemen, niet alleen acute handelingsverlegenheid.
2 Zorgarrangement
Als scholen voorstellen het zorgarrangement elders uit te voeren en de ouders weigeren … Dan blijft de leerling in eerste instantie op school. Ouders wel laten tekenen voor het feit dat ze het geboden zorgarrangement niet accepteren.
Ouders stellen specifieke eisen aan het zorgarrangement (een eigen leerlijn, individuele begeleiding, een personal coach); moet de school daarin mee gaan. M.b.t. een eigen leerlijn: die is zonder meer te organiseren indien het zorgarrangement dat vereist. Overige maatregelen niet zien in termen van organisatieproblemen, maar in termen van uitvoerbaar maatwerk. Niet op voorhand: dit valt (toch) niet te regelen. Scholen moeten ook wendbaarder worden in het bedenken van alternatieven. School zet ook een robuuste zorgstructuur op die vrijwel geheel dekkend is voor de aanpak van uiteenlopende zorgvragen. Vragen van de ouders “wat vinden wij van specifieke zorgmiddelen terug in het zorgarrangement van ons kind”(LWO-middelen willen wij terugzien in specifiek maatwerk), moeten vanuit de opgebouwde zorgstructuur beantwoord worden. De school kan een verzoek van de ouders weigeren, maar men moet wel aan de ouders kunnen vertellen /plausibel maken wat er bijvoorbeeld met het LWO-budget gebeurt. Vervolgens kan nog overleg plaatsvinden.
De school vindt dat zij over te weinig gegevens beschikt om het zorgarrangement goed op te stellen. Kan de school een (aanvullend)onderzoek van de leerling eisen. Kan de school een voorgeschreven combinatie met hulp van externe instanties eisen? De school kan zeker zeggen: we hebben tekort informatie over uw kind om een zorgarrangement op maat te kunnen bieden. Daar moet uit te komen zijn. Als er echter bijvoorbeeld bij de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs documenten zijn (testverslagen / okr) die volgens ouders en basisschool voldoende informatie bieden, dan in principe geen aanvullend onderzoek. Iets anders is een voorgeschreven combinatie met de jeugdzorg. Als ouders daar niet aan toe zijn of hulpverlening niet wensen, werkt een verplichting vaak averechts. Verbreek de relatie niet en zoek naar oplossingen. Als het schrijnend is, dan een risicoanalyse opstellen aan de hand waarvan bijvoorbeeld het AMK ingeschakeld kan worden. Toch kan het zorgarrangement wel een paragraaf verplichte hulpverlening inhouden.
Wie stelt arrangement op? Wordt er getekend? De school / zorgadviesteam stelt in overleg met de ouders het zorgarrangement op.
De ouders koppelen het zorgarrangement aan een gewenste opleidingsrichting of specifieke klas(trajectklas / lwo-klas). De school stelt een andere combinatie voor….Wat dan? School kan dat doen vanuit de professionaliteit (inschatting haalbaarheid doelstellingen), ervaringsgegevens en feitenmateriaal.
3 Zorgplicht
Een reguliere school kan het zorgarrangement niet bieden. De school begeleidt de ouders / de leerling naar een andere school. Hoe verloopt dit begeleidingsproces waarbij een tweede school is betrokken (second best). Ouders hebben gelijk als ze stellen school is zorgplichtig. Daar hoort ook bij dat scholen de problemen zien aankomen en de handelingsplannen op tijd bijstellen. Scholen die plotseling voor voldongen feiten komen te staan, hebben niet goed geanticipeerd. Bij een crisis raakt het zorgarrangement uit beeld, maar de zorgplicht niet. Leerling moet in traject gehouden worden.
Zorgplicht betekent ook: leerling moet ingeschreven blijven ook als het niet gaat Zorgarrangement moet de school altijd bieden. Bij overschrijding van wat een school kan bieden, valt zorgplicht niet samen met ingeschreven houden.
Ouders weigeren het tweede trefzekere advies… Da’s dan een gegeven. Echter geen reden om los te laten. “Dan kunnen wij u niet verder helpen,” is een antwoord dat pas in het allerlaatste stadium gegeven wordt. School handhaaft wel het eigen beleid: we willen u graag verder helpen, maar duidelijk is dat onze school de gewenste aanpak niet of nog niet kan bieden. Ouders vertellen een ander verhaal over hun kind dan dat de school doet. Niet de fout maken deze twee opinies te zien als elkaar uitsluitende meningen. Zien als aanvullende meningen en de verschillen in perceptie accepteren. De achtergrond van de ouders daarin professioneel meewegen.
Verwijderen is er niet meer bij . Verwijderen kan als de veiligheid van de leerling, andere leerlingen, schoolpersoneel niet gegarandeerd kan worden. De verwijderende school moet de aard en de zwaarte van de problematiek nauwkeurig beschrijven. Vervolgens behoudt de school de verantwoordelijkheid de leerling en zijn ouders in traject te houden. Er moet maatwerk geleverd worden (combinatie met jeugdzorg / eventueel justitie). Verwijderen zonder perspectief en case-management is ondenkbaar. Thuiszitten is er niet meer bij. Zeer belangrijk is de pedagogische grondhouding van de school. Laat de leerlingen en de ouders niet het slachtoffer worden van een selffulfilling prophecy. Heb positieve verwachtingen van elkaar.
4 Kansen, mogelijkheden en onmogelijkheden
Toename van het aantal rugzakleerlingen verbetert de kwaliteit van de zorg in school Da’s moeilijk te zeggen. De kwaliteit van de zorg is in ieder geval voorwaardelijk verbonden met de vergroting van het handelingsrepertoire van docenten / leerkrachten. Er zou eens onderzoek moeten komen naar het aantal rugzakleerlingen dat een gewone, gemiddelde klas zou kunnen bedienen.
Wordt er in 2011 nog geïndiceerd (zoals aanvraag cluster 4 beschikking via CVI) De toewijzing van specifieke zorg verloopt zoveel mogelijk via de ZAT’s, gecoördineerd door een bovenschools ZAT / loket. Proefplaatsingen zijn over het algemeen niet handig.
5 Discussiepunt
Stel dat leerlingen met een rugzakje zich meer thuisvoelen in het (voortgezet)speciaal onderwijs en daar graag willen zijn….ouders die op zoek zijn naar het beste specialisme en ondanks een goed zorgarrangement in het regulier onderwijs toch willen uitwijken naar een speciale school…. Uit onderzoek blijkt in ieder geval niet dat kinderen met specifieke hulpbehoeften altijd beter af zijn in het speciaal onderwijs. Ook niet, dat ze altijd beter af zijn in het regulier onderwijs.
Namens de regiegroep, Frank Hoogeboom |