|
|
Casuïstiek
|
Geschreven door Frank Hoogeboom
|
 Een probleemgeval in het basisonderwijs
Ari heeft met veel tegenzin van ouders een onderbouwverlenging gehad. Halverwege het tweede jaar in groep twee gaat het nog steeds heel moeizaam met Ari. Ari is een jongen die zijn eigen gang gaat en in zijn eigen wereldje leeft. Hij lijkt regelmatig weg te dromen. Hij heeft weinig contact met de andere kinderen en speelt vaak alleen in zijn eigen wereldje met zijn eigen humor. De werkhouding en zelfstandigheid van Ari zijn nog gering. Zijn concentratie is zwak, hij is snel afgeleid, waardoor ook zijn werktempo laag ligt. Hij is jong in zijn hele doen en laten. Hij moet vaak gestimuleerd worden. Hij is talige opdrachten snel kwijt. Het lijkt alsof hij geen beeld krijgt van de opdracht. Hij heeft moeite met het verwoorden en het uitvoeren. Hij heeft nog veel hulp nodig. De ouders van Ari zijn afkomstig uit Irak maar spreken thuis Nederlands. Ari heeft een achterstand op het gebied van de taalontwikkeling. Ari heeft een beperkte woordenschat, hij kent veel begrippen niet. Hij sprak de eerste vier jaren van zijn leven veel Arabisch. Er is sprake van een achterstand ten aanzien van de motorische ontwikkeling. Ari beweegt zich moeizaam. Ook fijnmotorisch zijn er nog problemen. Leerkrachten hebben meerdere malen ergotherapie geadviseerd. Tot op heden hebben de ouders geen actie ondernomen. Ari heeft astma. Hij wordt regelmatig ziek gemeld vanwege benauwdheid. Ari heeft een gaatje in zijn hart. Ouders zijn van mening dat Ari de leerkracht manipuleert. Thuis heeft hij een grote mond. Ouders hebben dan ook het idee dat het prima gaat met Ari. Ze zijn het niet eens met de zienswijze van de school. Ouders vinden het verwarrend dat er nu opeens eisen gesteld worden. Ouders geven aan dat ze de indruk hebben dat als hij op school iets niet wil doen, hij het ook niet hoeft te doen. Thuis moet hij dingen en dan doet hij het ook. De juf moet hem gewoon dwingen. Ari laat thuis dingen zien die hij op school niet laat zien. Op school heeft hij moeite met taal, maar thuis kent hij alle letters, begint hij al te typen op de laptop, aldus ouders. Het gaat thuis erg goed, hij herkent de getallen, hij begint nu ook met getallen te rekenen. School heeft meerdere vormen van hulp geadviseerd. Leerkrachten dringen aan op een psychologisch onderzoek omdat ze niet verder komen. Ouders staan niet achter het onderzoek, maar stemmen uiteindelijk in. Uit het onderzoek blijkt dat Ari op moeilijk lerend niveau functioneert. De intelligentiescore van Ari (kalenderleeftijd 6.1 jaar) is te vergelijken met het niveau van een kind van 4.4 jaar. De opvallendheden in het gedrag van Ari kunnen grotendeels verklaard worden vanuit zijn niveau van functioneren en zijn achterstand op het gebied van de spraaktaalontwikkeling. Ouders herkennen hun zoon helemaal niet in de bevindingen van het onderzoek. Hij kan thuis wel wat hij op school niet laat zien. Ouders begrijpen niet dat hun beeld zo anders is en gaan er niet mee akkoord dat Ari op zijn eigen niveau begeleid gaat worden. Over Speciaal Basisonderwijs hoeft de school al helemaal niet te beginnen. Ouders verwachten dat Ari met de klas gewoon mee gaat naar groep drie. Wat gaat er nu gebeuren? Vragen Moet het regulier basisonderwijs antwoord kunnen geven op de hulpvraag van Ari; m.a.w. waar liggen de grenzen van de zorg? Stel: de school gaat niet mee in de wens van de ouders, meegaan naar groep 3, maar adviseren speciaal basisonderwijs. Ouders weigeren, kan de basisschool de door de ouders gewenste plaatsing in groep 3 weigeren? En hoe zit het met de zorgplicht: school begeleidt ouders en leerling verplicht naar een ander zorgarrangement. Ouders willen dit arrangement niet, hoe nu verder? Laat je als school los? Ouders eisen dat Ari individuele begeleiding en een eigen leerlijn krijgt aangeboden op de basisschool, zorgarrangement binnen de eigen reguliere basisschool. Moet de school hier in mee gaan? Welke externe instanties kunnen mogelijk een rol spelen bij de zorg rond Ari? Betrek bij uw antwoord ook de thuissituatie/rol van de ouders.
|
|
|
Geschreven door Frank Hoogeboom
|
 Overstap van Basisonderwijs naar Voortgezet onderwijs
Fleur is een dertienjarig meisje in groep 8, dat de overstap gaat maken van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Een doublure vond plaats in groep 2. Er zijn flinke problemen die de overgang zullen bemoeilijken. Fleur tobt al jarenlang met ernstige leerproblemen op gebied van lezen, spellen en rekenen. In groep 5 zijn de lees- en spellingsproblemen vastgesteld, hoewel er geen dyslexieverklaring is. Begrijpend leestestjes worden voorgelezen. Met die hulp haalt Fleur niveau dat voldoende is. Het rekenen ondervindt eveneens problemen. Daarbij gaat het om een gebrekkige automatisering en inzicht in de getalstructuur. Fleur kan 138 op zes manieren schrijven. De basisschool heeft er alles aan gedaan. Tot en met groep 6 is veel extra individuele hulp geweest. Daarna wou Fleur niet meer uit de klas gehaald worden. Er is vervolgens een probleem bij gekomen: Fleur trekt zich meer en meer terug, in groep 7 is ze in een isolement gekomen. Ze wordt niet gepest, maar ze staat wel vaak alleen. Grote faalangst, zegt de leerkracht van groep 7. Fleur is twee keer psychologisch getest, in groep 4 (via school) en in groep 6 (op initiatief van de ouders). Beide keren is gebleken dat Fleur normaal kan denken. Ze scoort met flinke spreidingen een Totaal Q van 101 en 103. De ouders willen dat Fleur naar een VMBO T / HAVO brugklas gaat. Ze hebben een eigen remedial teacher in de arm genomen. Deze boekt volgens de ouders flinke vooruitgang met Fleur. Het is de bedoeling dat deze RT’er twee keer in de week in het VO met Fleur gaat werken, betaald uit het LWO-budget. De verstandhouding tussen de basisschool en de ouders is slecht. De ouders verwijten de school veel te weinig gedaan te hebben aan de leerproblemen. Daardoor is Fleur zo faalangstig geraakt. Thuis heeft ze wel veel contacten. Ze speelt klarinet en is lid van een zwemvereniging.
De basisschool ziet een overgang naar de VMBO T niet erg zitten. Fleur heeft een hekel gekregen aan alles wat met lezen, rekenen en schrijven te maken heeft. Men vindt dat Fleur een meer praktische aanleg heeft. Ze is behendig met constructiemateriaal, houdt van tekenen en knutselen. School heeft een brugklas VMBO-KB / VMBO T voorgesteld, misschien te realiseren op het OPDC. Het zit de school niet lekker dat Fleur zo stil en teruggetrokken is. Men heeft de ouders gezegd dat er een onderzoek naar de persoonlijkheidsontwikkeling zou moet plaatsvinden. Ouders willen dit niet: Fleur is een normaal kind. In de adviezen is het woord OPDC een keer gevallen. Ouders zien daar helemaal niks in. Regulier onderwijs met extra hulp op tenminste VMBO T niveau, dat moet het worden. De basisschool consulteert het voortgezet onderwijs al in oktober. Wat nu te doen? Oktober groep 8: dle technisch lezen en spellen: 19 en 21 maanden bij een didactische leeftijd van 53 maanden, dle rekenen 35 maanden. Vragen 1. Moet het regulier VO antwoord kunnen geven op de hulpvraag van Fleur; m.a.w. waar liggen de grenzen aan het specialisme van het VO? 2. Stel: het VO gaat niet mee in de wens van de ouders VMBO T/ HAVO en wil haar plaatsen in een VMBO-kader klas met leerwegondersteuning; Ouders willen dit niet. Kan de VO-school de door de ouders gewenste plaatsing weigeren? 3. En hoe zit het met de zorgplicht: school begeleidt ouders en leerling verplicht naar een second-best. Ouders willen de second-best niet. Laat je als school dan los? 4. Ouders eisen de LWO-bijdrage voor RT op; hulp te geven door eigen RT’er of door de school-RT (in dat laatste geval willen de ouders de uren daarvoor vastleggen vanuit de grootte van het budget). Dat is nou zorgarrangement, zeggen de ouders. Moet de school daarin meegaan? 5. Kan de VO school als toelatingsvoorwaarde een persoonlijkheidsonderzoek vragen? |
|
Geschreven door Frank Hoogeboom
|
Problemen die ontstaan in het Voortgezet Onderwijs John was altijd al een drukke, zeer aanwezige jongen, maar in de eerste twee leerjaren van een VMBO T/ HAVO klas was hij tamelijk goed te handhaven. In klas 3 van het VMBO T werden de problemen plotseling groter. John begint te spijbelen en haalt over de gehele linie slechte cijfers. Op brutaal en respectloos gedrag is hij niet aanspreekbaar. Eerst voert de mentor een paar gesprekken met de ouders, dan de afdelingsleider. De ouders ervaren thuis nauwelijks problemen. Het is nou eenmaal een drukke jongen met het hart op de tong. Van spijbelen is niet echt sprake. John heeft een paar keer kort achter elkaar griep gehad. Ok, één dagje misschien. Niet best, maar ook niet zo erg. De school heeft John voor een week geschorst omdat hij een mes naar school heeft meegenomen. Een zakmesje zeggen de ouders, omdat John zich dan veiliger voelt. Een aantal klasgenoten zou het op hem gemunt hebben in de pauzes en bij het naar huis fietsen. De school voert echter ook aan dat John bij de inbeslagname van het mes een conciërge heeft uitgescholden en fysiek bedreigd. De conciërge heeft op advies van de schoolleiding aangifte gedaan. Een paar medeleerlingen hebben verklaard dat de conciërge John heeft meegesleurd in de conciërgeruimte. Hij zou John ook geslagen hebben. Dit omdat John ontkende een mes bij zich te hebben. De ouders hebben hiervan melding gemaakt bij de politie. De school overweegt een verwijderingsprocedure. De ouders zijn bij het inloopspreekuur Loket Passend Onderwijs VO geweest. Daar hebben ze gehoord van zorgplicht en zogarrangement. Met de zorgplicht kan John op school blijven en een zorgarrangement zal bepalend zijn voor de verdere begeleiding van John. Als hulpverlening deel uitmaakt van het zorgarrangement, staan de ouders daar in principe niet onwelwillend tegenover. De ouders zijn van mening dat John meer hulp moet hebben op school. Men wil John niet naar een andere school. Hij heeft op een nieuwe school geen vrienden. Bovendien vinden de ouders dat de school ook boter op het hoofd heeft. De school wil de verwijderingsprocedure starten. De ouders vragen zich af of de school ooit gehoord heeft van Passend Onderwijs. Wat gaat er nu gebeuren?
Vragen Hebben de ouders gelijk als ze zeggen: school heeft zorgplicht en moet ons kind ingeschreven houden? Hebben de ouders gelijk als ze zeggen: in 2011 is verwijderen er niet meer bij. Stel je voor dat de school door wil gaan met John, wat moet er dan in zo’n arrangement staan? Wie stelt het zorgarrangement op, is dat een soort contract waar de ouders voor moeten tekenen? Kan het zorgarrangement een paragraaf met verplichte hulpverlening inhouden? Als de ouders daar niet mee akkoord gaan, is dat dan een verwijsgrond? Stel voor dat de school vindt dat de leerling is aangewezen op een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK), hoe zal dat dan “bewezen” moeten worden? Nog steeds langs de weg van een indicatiestelling? Of anders?
|
|
Geschreven door Frank Hoogeboom
|
Een Cluster 3 kind in het basisonderwijs
Algemeen: - Tim (04- 08- 1998) heeft een indicatie voor cluster 3. Hij is geboren met spina bifida (een open rug). Daardoor heeft hij een verminderd gevoel in zijn benen. Met behulp van enkel-voet- spalken kan hij zéér korte afstanden lopen. Over het algemeen gebruikt hij een rollator, voor de langere afstanden gebruikt hij een rolstoel. Tim heeft een psychomotore achterstand en een achterstand in spraaktaalontwikkeling. Tim heeft een normale intelligentie. - Hij heeft tot en met groep 3 op de mytylschool gezeten. Tim ging wekelijks met veel plezier 1 ochtend per week naar de basisschool in zijn thuisomgeving. De ouders hebben verzocht tot overplaatsing naar de basisschool, om Tim een thuisnabije school en meer cognitieve uitdaging te bieden. De basisschool wilde niet direct tot definitieve plaatsing overgaan. Zijn aanwezigheid werd eerst uitgebreid naar 2 dagen per week. Toen dat goed bleek te verlopen is hij na de kerstvakantie volledig in de groep gekomen. Tim zit nu in groep 6. De begeleiding wordt uitgevoerd aan de hand van de volgende ontwikkelingsgebieden: - de (senso- ) motoriek;het schrijven en aanpassingen t.a.v. gymles en buitenspelen - de communicatie- en verstaanbaarheidproblemen - de werkhouding en zelfstandigheid, omgaan met uitgestelde aandacht gedrag, verbetering taakgedrag (richt zich minder goed op de leerkracht; moet bij sommige taken en/of de verwerking individuele hulp ontvangen bij het starten) - de cognitieve ontwikkeling: het spellen (Tim krijgt begeleiding voor spellen i.v.m. achterstand vorig schooljaar. Mede door zijn spraak heeft Tim moeite klanken goed om te zetten in tekens). - sociaal - emotionele ontwikkeling: Tim heeft soms moeite met het accepteren van regels. Tim heeft moeite met het omgaan met frustraties, hij vraagt geen hulp wanneer hij dat nodig heeft. Versterken van contact en omgang met klasgenoten. Welke resultaten heeft dit opgeleverd? - Tim gaat met plezier naar school. Hij heeft het erg naar zijn zin op de basisschool. Hij is erg positief ingesteld. Hij kan zijn waardering voor mensen en activiteiten voluit uitspreken. - Tim heeft het blokschrift aangeleerd, de kwaliteit is nog onvoldoende. Tim kan langere schrijfopdrachten niet volbrengen. De typevaardigheid wordt ontwikkeld, waardoor Tim gebruik kan maken van een Alpha Smart tekstverwerker. - Tim kan met aanpassingen en gebruik van aangepaste materialen aan de toestelles deelnemen. Tijdens de spelles is Tim naar logopedie. Er is een vakdocent aanwezig, er vindt overleg en afstemming met de fysiotherapeute plaats. - Er zijn buitenspeelmaterialen aangeschaft en spelactiviteiten met Tim geëxploreerd. - Er is overleg en afstemming tussen de logopediste en school. School weet welke aanwijzingen Tim ondersteunen. De verstaanbaarheid is verbeterd maar nog niet voldoende. - De school- en klassenregels zijn duidelijk en geaccepteerd. - Achterstand op spellinggebied is van 9 naar 5 dle’s gegaan. Tim kan de overige schoolvakken op klassenniveau volgen. Er wordt preventief ondersteuning geboden op inzichtelijk rekenen en begrijpend lezen. - Tim heeft persoonlijk contact met enkele kinderen in de klas. De groep stelt zich over het algemeen accepterend en behulpzaam op naar Tim. Hij gaat meer en meer echt tot de groep behoren. - Tim houdt nog weinig rekening met de gevoelens en belangen van medeleerlingen. Er zijn extra activiteiten t.b.v. versterken van de uitdrukkingsvaardigheid; bevorderen van het contact met de klasgenoten; rekening leren houden met andere kinderen ( Tim wordt in situaties gebracht waarbij hij andere kinderen helpt, bv. tutor bij lezen). Discussie: Tim en zijn ouders zijn erg tevreden met de plaatsing op de basisschool. Ook school is trots op en tevreden met de ontwikkeling van Tim. Een successtory. Maar er zijn ook zorgen. Die betreffen echter niet Tim, maar de rest van de klas. In hoeverre kan school zorg, aandacht en een optimale leeromgeving bieden voor de andere kinderen? Enkele feiten op een rij: - Tim kan niet fluisteren. Bij extra instructies in de klas of overleg tijdens samenwerken klinkt zijn stem zwaar en luid door de klas, waar anderen fluisterstil aan het werk zijn. Storend en afleidend voor kinderen die een prikkelarme omgeving nodig hebben. - Tim is met regelmaat even weg uit de klas voor extra ondersteuning. Wanneer hij terugkomt praat de leerkracht of een medeleerling hem even bij. Tijdens de GIP- rondes is Tim één van de eerste leerlingen die individuele aandacht van de leerkracht krijgt. Naast Tim is er nog een tweede rugzakleerling in de groep en een aantal ‘reguliere’ zorgleerlingen. De leerkracht heeft zijn handen vol aan de begeleiding van deze leerlingen. Er is daardoor nauwelijks tijd om ook de andere kinderen persoonlijke aandacht te geven. Over het algemeen moeten die zichzelf maar redden. Dat lukt ze ook maar of de situatie zo wenselijk is??? - Tim kan moeilijk ‘breed waarnemen’. Wanneer hij ergens naar toe moet, dan gaat hij daar recht op af en heeft hij nauwelijks oog voor zijn omgeving. Het gevolg daarvan is dat hij met zijn rollator tegen meubilair en klasgenoten botst. Kinderen worden regelmatig aan- en overreden. - De leerkracht in groep 6 is heel zorgzaam ingesteld. De leerkracht in groep 7 vraagt veel meer zelfstandigheid van de leerlingen. De ouders zijn bang dat Tim daar de boot gaat missen. - Omdat Tim zich af en toe egocentrisch en heel koppig gedraagt, begint de tolerantie in de groep wel wat te tanen. Het gebeurt nog niet openlijk, maar de leerkracht van groep 6 heeft ook al enig beginnend pestgedrag opgemerkt. Vragen - Herken je de problematiek van de leraren en/of de leerlingen?
- Vind je dat er nieuwe zorgleerlingen ontstaan, namelijk door de terugkeer van de leerling uit het SO?
- Kun je je vinden in de stelling dat door de toename van het aantal rugzak-leerlingen de kwaliteit van het onderwijs verbetert? Indien je deze stelling onderschrijft, waar zit dan die kwaliteitsverbetering? Wanneer je het oneens bent op welke gebieden is de daling van de kwaliteit zichtbaar
- Zijn er grenzen aan integratie en op welke gebieden worden die volgens jou zichtbaar?
- Tim is definitief geplaatst in de basisschool. Zou een langere proefplaatsing met recht op terugkeer naar het SO beter zijn geweest?
- Als het in groep 7 niet gaat, moet Tim dan teruggeplaatst worden naar de Mytyl? En als de ouders dat nou niet willen, wat dan?
|
|
|
|
|
|
|
We hebben 1 gast online
Artikelen bekeken hits : 32077
|
|
|