|
4 december - Passend onderwijs in de Tweede Kamer
“Duidelijk traject, maar niet op de automatische piloot.”
Passend onderwijs betekent niets anders dan: een onderwijsarrangement voor ALLE kinderen (het is er), een arrangement van hoge kwaliteit (het is goed), en leidend naar een maatschappelijk relevante uitstroom (je kan er wa mee). Mw. Sharon Dijksma |
1. een gefaseerde aanpak.
In 2011 én zorglicht, én verplichte aansluiting bij een regionaal netwerk, én 1 loket én dan ook budgetfinanciering is te veel en te snel. Dit is duidelijk geworden aan de hand van de informatie uit en de ontwikkelingen in het onderwijsveld. Er zal in het voorjaar een uitgebreide brief verschijnen waarin de hoofdlijn van een gefaseerde aanpak (in 2011 zorgplicht, regionale netwerken en één loket) en later budgetfinanciering uiteengezet wordt. In verband met de noodzakelijke informatie voor de formuleringen in een wetsvoorstel deed een ieder een krachtige oproep aan het veld om toch vooral verder stappen te zetten en met aanvragen voor veldinitiatieven, stimuleringssubsidies en experimenten te komen. Vooral de laatste is gewenst, in verband met de informatie die nodig is in verband met de in te voeren budgetfinanciering. Denk aan vragen als: naar wie gaat het budget, is het geoormerkt, wordt het een gemengd model, etc. De oproep geldt ook voor een regeling die begin 2009 zal verschijnen inzake kleine experimenten (dus niet noodzakelijk met alle scholen van een regionaal netwerk). Twee van de 3 potentiële experimenten: Eemland en Deventer, kregen dan ook veel respect en pluimen.
Met deze gefaseerde aanpak blijft ook de les van het rapport Dijsselbloem intact: het traject (het wat) wordt steeds duidelijker en explicieter, de vormgeving (het hoe) en het tempo van wetgeving blijft afhankelijk van veldinformatie: dus geen automatische piloot.
2. gedegen onderzoek.
Op verzoek van de PvdA vindt een gedegen accountantsonderzoek plaats naar de besteding van het zorgbudget (zie voetnoot 1) zowel in de REC’s cluster 1 t/m 4, het primair en voortgezet onderwijs en het MBO. Dit onderzoek kan eindelijk duidelijkheid verschaffen over de “spookverhalen” over geld op de plank, op de bank of in de overhead. Ook kan het waardevolle informatie opleveren over de wellicht vele creatieve oplossingen die mensen hanteren om beter onderwijs aan kinderen te verzorgen. Uit het onderzoek kan ook zeker de starheid van het systeem blijken en de voordelen die een flexibel systeem op kunnen leveren. Uiteraard is er ook een negatief punt voor de scholen die bij het onderzoek zullen worden betrokken, de staatssecretaris gaf dit ook al aan: hoge administratieve lasten, alles moet immers op tafel.
3. draagvlak en betrokkenheid.
Ook in het overleg van afgelopen juni was de Kamer bezorgd over de afwezigheid van leraren en ouders bij de gesprekken over Passend onderwijs in de lokale/regionale situaties. Ondanks een aantal goede voorbeelden en ondanks de hoge mate van bevlogenheid om het beter te willen doen voor kinderen, is er ook de kwestie van de bestuurlijke drukte. Bestuur en management lijken, volgens sommige Kamerleden, vooral bezig met kwesties als samenstelling, structuren, inzet van middelen, macht en autonomie. Niet echt een klimaat van samenwerking. En, zo stelde mevrouw Dijksma, het kan toch echt niet anders dan met samenwerking en onderlinge afstemming. Voor ieder kind een kwalitatief goede plek (in het regulier, het speciaal onderwijs of een tussenvoorziening) kan een schoolbestuur nooit in z’ n eentje realiseren, meer efficiëntie en effectiviteit kan makkelijker als je samen optrekt. Voor leraren werd een beroep gedaan meer aandacht te schenken in de opleidingen voor het omgaan met verschillen, in het bijzonder voor kinderen met gedragsproblemen. Bij ouders werd voorgesteld ze een meer formele positie in de regionale netwerken te geven, wellicht in de rol van toezichthouder.
4. aandacht voor kwaliteit.
In de notities van de staatssecretaris is veel aandacht geschonken aan de kwaliteit van het regulier en het speciaal onderwijs, en daar was veel waardering voor. Er gaat veel geld naar scholen via pilots of rechtstreeks voor versterking en borging van nog beter onderwijs. Bij al de aandacht voor taal en rekenen moet zeker ook aandacht geschonken worden aan aanpakken voor kinderen met ingewikkelder onderwijsvragen. In de aparte “notitie kwaliteit Passend onderwijs” worden vele concrete voorstellen gedaan.
5. voorjaar 2009
In het voorjaar van 2009 komt er meer duidelijkheid over:
-
het verdere implementatietraject
-
de te bereiken resultaten
-
de één-loket-gedachte
-
het regionale netwerk
-
de zorgplicht voor schoolbesturen en het netwerk
-
het accountantsonderzoek
Meer informatie bij Henk Keesenberg,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Als er gesproken wordt over budgetfinanciering wordt onder het budget de inzet van alle zorgmiddelen verstaan, dus de middelen voor praktijkonderwijs, leerweg ondersteunend onderwijs, middelen voor de samenwerkingsverbanden primair (inclusief de speciale scholen voor basisonderwijs) en voortgezet onderwijs en de Regionale Expertise Centra, Leerling Gebonden Financiering (de Rugzakmiddelen) en de meerkosten van het (voortgezet) speciaal onderwijs.Zie o.a. www.passendonderwijs.nl
|