|
Paragraaf 4.4 uit het Zorgplan SWV Noord-Kennemerland over Passend Onderwijs In september 2005 is door de minister van OC&W de notitie Vernieuwing van de zorgstructuren in het funderend onderwijs naar de Tweede Kamer gezonden. Deze notitie stelt een aantel knelpunten aan de orde in het onderwijs aan leerlingen die extra zorg nodig hebben en biedt een voorstel voor vernieuwing van de huidige zorgstructuur. Dit voorstel is uitgewerkt in het begrip zorgplicht. Dat houdt in dat de scholen en hun besturen de verantwoordelijkheid krijgen om voor alle leerlingen (ongeacht hun beperking) een passend onderwijsaanbod (het zorgarrangement) te realiseren. Er zullen situaties ontstaan waarin een school het gewenste aanbod (niet volledig) kan bieden. Een aspect van de zorgplicht houdt vervolgens in, dat de school passend onderwijs mogelijk maakt in samenwerking met andere scholen in de regio. De bekostigingssystematiek en de (vaak ingewikkelde) indicatiestellingen worden sterk vereenvoudigd. De positie van de ouders zal sterker ondersteund worden, dan tot op heden het geval was.
In april 2006 hebben ten behoeve van Passend Onderwijs twee oriënterende besprekingen plaatsgevonden voor veldvertegenwoordigers van het Primair Onderwijs, het Voortgezet Onderwijs en de Regionale Expertisecentra. De opvattingen in Noord-Kennemerland lopen in de pas met de resultaten van de landelijke consultatie van veldvertegenwoordigers (de zogenaamde veldlijn). In Noord-Kennemerland blijkt er brede steun voor de inzet om voor alle kinderen passend onderwijs te realiseren, zij het dat er in de praktijk discussie kan zijn over wat passend onderwijs precies is. Daarbij geven veel scholen aan, dat ze trots zijn op wat er in hun samenwerkingsverbanden (PO en VO) is bereikt. In de hoofdlijnennotitie is voorgesteld de bestaande, complexe zorgstructuren zoveel mogelijk te dereguleren en de besturen maximale ruimte te geven om zelf voorzieningen in te richten die nodig zijn om passend onderwijs vorm te geven. In de veldlijnbijeenkomsten (zo ook in Noord-Kennemerland) is er sterk voor gepleit om passend onderwijs te ontwikkelen vanuit de bestaande structuren voor speciale leerlingenzorg. Men is erg bang dat de voorgestelde deregulering ertoe leidt dat goed functionerende zorgvoorzieningen in het gedrang komen, zonder dat daar betere voorzieningen voor in de plaats komen. In 2006-2007 zijn pogingen ondernomen om vertegenwoordigers van PO / VO en REC’s in een regiegroep bijeen te brengen. Aanvankelijk lukte dit niet. De redenen daarvoor zijn tweeledig. Enerzijds kwam OC&W niet met wet- en regelgeving waardoor de kaderstelling voor Passend Onderwijs en het tijdpad voor implementatie onduidelijk werd. Daarmee bleef de prikkel voor intensieve samenwerking op basis van gedeelde verantwoordelijkheden uit. Anderzijds was een aantal besturen zich nog intern aan het beraden op het omgaan met de consequenties van zorgplicht en zorgarrangement. Daarna zijn twee conferenties georganiseerd, in september en in december 2007. Deze conferenties hebben geleid tot een ontwikkelagenda en tot de vorming van een regionaal netwerk, met een gemandateerde regiegroep. Deze zet de implementatielijnen uit. De regiegroep bestaat uit zes bestuursvertegenwoordigers: twee VO, twee PO en twee REC’s. De groep heeft geparticipeerd in de nul-meting van OC&W.[i] Vervolgens heeft men een startsubsidie aangevraagd. Daarna is de beleidsagenda gemaakt voor komend schooljaar: subsidie voor veldinitiatief zal worden aangevraagd, samenstelling van een resonansgroep, vaststelling van prioriteiten voor schooljaar 2008-2009, vaststelling van pilot-projecten. [i] Nulmeting: OC&W april 2008 |